Home / Artikel / Reis om de wereld in 44 uur

Reis om de wereld in 44 uur

17/09/2018

Ook zakenreizigers maken gebruik van de Round the World Tickets
 die de drie luchtvaartallianties aanbieden. Hoe vermoeiend of 
(on-)aangenaam is het om in korte tijd en door verschillende tijdzones over de wereld te vliegen? Redacteur Lolke van der Heide nam de proef op de som en vloog het traject Amsterdam–Singapore–Sydney–Los Angeles–Amsterdam, zo’n 40.000 kilometer in vier vluchten*.

Naast me in de Airbus A380 van Qantas tussen Sydney en Los Angeles zit een Australische vertegenwoordiger van videogames. Hij haat deze vlucht. We zijn vanochtend om negen uur vertrokken. De reis duurt veertien uur. De verwachte aankomsttijd is zes uur ’s ochtends, niet morgenochtend maar nog déze ochtend – in Californië is het 17 uur vroeger. Mijn buurman vindt de vluchtduur geen probleem. En ook niet het verblijf aan boord. “Maar het tijdsverschil, dát is gruwelijk. Daar kom ik in de paar dagen die ik gewoonlijk in de VS ben eigenlijk nooit overheen.”
Liever vliegt hij in omgekeerde richting, westwaarts dus, op de late avondvlucht vanuit LA, waarbij door het tijdsverschil een heel etmaal wordt overgeslagen en hij twee dagen later ’s ochtends in Sydney aankomt, uitgerust en klaar om aan het werk te gaan. “Dat is voor mij makkelijker te verteren, en dat geldt vanuit Down Under ook voor vluchten westwaarts naar Europa.”

Amsterdam – Singapore
Mijn reis om de wereld was een paar dagen eerder op Schiphol begonnen, met een avondvlucht naar Singapore. KLM had toegezegd een stoel te zoeken in World Business Class, met als voorbehoud ‘ipb’ (indien plaats beschikbaar). Maar in het toestel, een Boeing 777-300ER, zit die klasse helemaal vol. Het wordt economy. Geen prettig vooruitzicht om 12 uur en 35 minuten achterin opgevouwen te moeten zitten.

Dat valt uiteindelijk reuze mee. Sterker nog, de economy class van KLM in dit vliegtuigtype is een van de beste die ik ooit heb meegemaakt. De stoelen zijn comfortabel, met ruime afstand tussen de stoelen. Het Inflight Entertainment System (IFE) heeft alleen een touchscreen en biedt een groot aanbod aan films, muziek en ander vermaak. De inflight catering is uitstekend en om 13.00 uur Singapore tijd – in Nederland is het dan pas 07.00 uur – serveert de cabin crew de lunch, die aangenaam lekker is. Pas op de laatste leg van mijn reis zal blijken dat deze economy class niet de standaard is op alle intercontinentale KLM-vluchten.

Singapore – Sydney
Op Changi, de luchthaven van Singapore, verloopt de transfer soepel. Mijn volgende vlucht, naar Sydney, vertrekt over vijf uur. Qantas is de vervoerder op deze route en de Australische carrier heeft wél een plekje in business class beschikbaar. Dit betekent toegang tot de zakenlounge en die is van topniveau – van het meubilair tot de douches, de kwaliteitskoffie, de wijn, de buffetten en het personeel aan toe.
Wat een contrast met de inrichting van de Airbus A380 waarmee ik naar Sydney vlieg. Hoewel Qantas de toestellen pas tien jaar in dienst heeft, doen de stoelen al verouderd aan. Ze staan recht gegroepeerd (2 x 2 x 2) als grote grijze, saaie cocons. IFE bestaat nog
uit de grote bakken van de vorige generatie, zonder touchscreen, die bij opstijgen en
landen moeten worden ingeklapt in de stoelleuning.

Als de maaltijd wordt geserveerd, kom ik tot de pijnlijke ontdekking dat de overvloed in de lounge op Changi kennelijk was bedoeld om flink in te nemen.
 Het door mij bestelde ‘diner’ bestaat uit een slap broodje met hier een daar een garnaal. Het dessert komt op een minuscuul bordje met wat verdwaalde stukjes kaas. Dat is het dan. De ontwikkelingen rond de cabines van airlines gaan razendsnel en Qantas heeft dat even niet bij kunnen houden. Terwijl vlieg tuigen met gemak 20 tot 25 jaar in dienst
kunnen blijven, is het cabine-concept vaak na vijf jaar alweer aan vernieuwing toe. De geüpdatete economy class in de Boeing 777-300ER van KLM blijkt op een aantal punten beter te zijn dan de business class van Qantas.

Een ommetje naar Nieuw-Zeeland
In regenachtig Sydney verblijf ik een paar dagen voor een luchtvaartconferentie.
 Het liefst had ik mijn reis om de wereld daarna willen vervolgen naar Nieuw-Zeeland, om van daaruit ‘omhoog’ te vliegen naar de Verenigde Staten. Maar alle vluchten uit Sydney zitten vol, dus in plaats daarvan neem ik in Sydney de nachttrein naar Melbourne, elf uur sporen, om nog iets van Australië op te snuiven.

Er is geen wifi in de trein, dus deze reis biedt een mooie kans om ouderwets een boek te
lezen. Speciaal voor mijn reis om de wereld heb ik Het eiland van de vorige dag mee genomen, een roman van Umberto Eco uit 1994. Het is het verhaal van een 17de-eeuwse Italiaanse edelman die schipbreuk lijdt bij een eiland in de Stille Zuidzee dat exact op de datumgrens ligt en waar het dus ‘gisteren’ is. Elke wereldreiziger, bedenk ik me, krijgt te maken met de internationale datumgrens, de denkbeeldige lijn van pool naar pool die de ‘frontlijn’ vormt waar de kalenderdatum het eerst op Aarde van de ene dag in de volgende overgaat. Westelijk van de datumgrens is het de ‘nieuwe’ dag en oostelijk daarvan de ‘oude’.

Op het station van Melbourne pak ik de Skybus Super Shuttle naar de luchthaven, waar ik bij het Flight Centre ter plekke een open jaw ticket van Qantas koop naar Welling ton, met een terugvlucht vanaf Auckland naar Sydney. Ik realiseer me dat een West-Europese reiziger niet verder van huis kan zijn dan in Nieuw-Zeeland: van hieruit gezien is de afstand naar Nederland in oostelijke of westelijke richting precies even lang.

De luchthaven van Wellington, de hoofdstad van Nieuw-Zeeland, ligt op de zuidwestpunt van het Noordereiland. Hier botsen golven en luchten van de twee eilanden voortdurend tegen elkaar. Vooral ’s winters (juni tot en met augustus) leidt dat voor het vliegverkeer tot veel turbulentie aan de grond. Wet, wild and windy Wellington noemen de Nieuw-Zeelanders deze stad. Na de onrustige landing op deze luchthaven neem ik een dag later de bus voor de 650 kilometer lange rit naar Auckland, de grootste stad van Nieuw-Zeeland, om daar de terugvlucht naar Sydney te nemen.

Sydney – Los Angeles
De business class lounge van Qantas op Sydney Kingsford Smith Airport is prima, maar niet zo fraai als die op Changi. Singapore maakt dus toch het verschil.
 De grootste test ligt nu voor me: op klaar lichte dag tussen Sydney en Los Angeles vliegen. Het toesteltype is hetzelfde als vanaf Singapore, een Airbus A380, en ook de cabine is identiek. Een vriendelijke steward vraagt welke maaltijd ik wil gebruiken en ik zeg: voorlopig geen enkele. “Ik eet zo weinig mogelijk en denk nu alvast aan mijn einddoel: Nederland.” “Succes,” roept hij, half schertsend, half mede levend. Ik raak in gesprek met de Australische vertegenwoordiger van videogames die deze vlucht ‘haat’. Na zijn maaltijd gaat hij slapen of doet althans een poging daartoe. Ik probeer ook te slapen, maar het lukt slecht.

Volgens de overlevering meldde zich in lang vervlogen tijden de gezagvoerder vanuit de cockpit om plechtig aan te kondigen dat het toestel de evenaar passeerde. Passagiers meenden dat dan ook te kunnen voelen. Nu vlieg ik straks over de evenaar én de datumgrens – in welke volgorde weet ik niet precies. Ik weet wel dat de ‘oversteek’ ter hoogte van Samoa vlakbij het kruispunt van de evennachtslijn (evenaar) en de frontlijn plaatsvindt. Bij Qantas komen hierover niet langer mededelingen uit de cockpit, deze vluchten zijn routine geworden.

De landing in Los Angeles vindt vroeg in de ochtend plaats. Het is warm in Californië en ik heb zes uur om stuk te slaan voordat ik de middagvlucht naar Amsterdam neem. 
Zal ik op de luchthaven blijven of de stad ingaan? Ik besluit voor het laatste. LA heeft, in tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht, best redelijk openbaar vervoer. Een bus vanaf de luchthaven brengt me naar de metro, die een wijde vertakking heeft, ook naar het centrum. En dat voor minder dan een dollar. Over een paar jaar ligt er een
 directe metrolijn vanaf de Airport. Die moet in 2024 klaar zijn, als de stad voor de derde keer de Olympische Zomerspelen organiseert.

Los Angeles – Amsterdam
Zo snel als ik na aankomst in Los Angeles buiten de terminal stond, zo traag verloopt
 de check-in procedure voor de vlucht naar Amsterdam. Voor de controle van de handbagage staat een ellenlange rij. Maar ik ben ruim op tijd, dus geen zorgen. Om half twaalf sta ik in de vertrekhal, nog twee uur wachten. In Nederland is het inmiddels half negen ’s avonds, tijd voor de avondmaaltijd. Eenmaal aan boord besluit ik niet te eten tot het ontbijt, dat is mijn beste strategie tegen jetlag.

Waar de vlucht van KLM tussen Amsterdam en Singapore een aangename verrassing
inhield qua comfort, is het nu omgekeerd. KLM zet op deze route een van zijn oude bakken in, een Boeing 747-400 die al zeker twintig jaar in dienst is. Als veelvlieger weet ik dat het toestel technisch niets zal mankeren, maar dat kan van de cabine-inrichting niet worden gezegd. Kleine, krappe stoelen, versleten toiletten, ouderwets inflight entertainment met korrelig beeld en zonder touchscreen. Ik aai zo nu en dan vergeefs over het schermpje, wat is die gewoonte snel ingesleten. 
KLM heeft nog twaalf Boeing 747-400’s in dienst en zal deze de komende jaren uitfaseren. Maar op het laatste traject van mijn wereldreis heb ik daar niets aan. 
Terwijl ik probeer te slapen, besluit tot overmaat van ramp een jongetje van een jaar of drie de hele verdere vlucht hardop te praten, ongecorrigeerd door zijn ouders. Zelfs na 
tien uur vliegen is hij nog niet moe.

Wat kost het?
In zijn algemeenheid geldt: hoe langer de afstand en hoe groter het aantal tussenstops, hoe hoger de prijs. De tickets in economy class zijn het voordeligst als u niet bij een alliantie boekt, maar los, op een ticketsite. Het traject tussen West-Europa naar Singapore, Sydney, Los Angeles en transatlantisch terug is bij Skyscanner te koop vanaf 1300 euro. Een goedkoop ticket betekent vaak wel veel vluchten met een overstap. Bij de drie allianties betaalt u voor dezelfde rondreis 2800 euro, in vier vluchten.
 De allianties blijken vooral in te spelen op de zakelijke markt: business class tickets kosten hier rond de 6500 euro, een stuk voordeliger dan op de algemene ticketsites, waar we 8400 als laagste tarief vonden.

*
Zakenreis werd voor deze reis om de wereld gesponsord door KLM (SkyTeam) en Qantas (oneworld), zonder redactionele inzage te bedingen.

Lolke van der Heide
Door: Lolke van der Heide | lolke[at]zakenreis.nl
Lolke van der Heide schrijft vanaf 2002 over de luchtvaart en reiswereld, voor diverse media. Sinds 2007 is hij verbonden aan Zakenreis.

Blijf op de hoogte, abonneer u op de Zakenreis.nl nieuwsbrief!

artikelen
Sneller en slimmer vliegen

Sneller en slimmer vliegen

01/08/2018

Met een serie maatregelen die thuis al beginnen, kan in Europa gemiddeld 63 minuten van de reistijd worden afgeschaafd. Dat is het resultaat van een trits onderzoeken van het Europese…