Home / Artikel / BCD Travel verkopen? Dat is vloeken in de kerk!

BCD Travel verkopen? Dat is vloeken in de kerk!

08/08/2019

De familie Fentener van Vlissingen en KLM hebben een lange historie. Niet alleen was het ondernemersgeslacht 100 jaar geleden een van de oprichters van KLM, ook nu kruisen de paden elkaar nog geregeld. De afgelopen zeven jaar is John Fentener van Vlissingen twee keer benaderd om een belang te nemen in Air France-KLM. De eerste keer was het tijdstip niet goed, de tweede keer werd het aanbod binnen een week weer ingetrokken. Helaas, vindt de ondernemer, die dit jaar 80 is geworden.

De band van de familie Van Vlissingen met KLM gaat terug tot 7 oktober 1919, toen Frederik Hendrik (Frits) Fentener van Vlissingen met in totaal acht zakenlieden – onder wie Anton Kröller en Hendrikus Colijn – de vennootschap ‘Koninklijke Luchtvaart Maatschappij voor Nederland en Koloniën’ oprichtte. Van Vlissingen: “Mijn grootvader zag in dat het vervoer van mensen en vracht per schip te primitief en te traag was. Met een aantal andere families, onder meer uit de Rotterdamse scheepvaart, richtte hij een syndicaat op om een vliegmaatschappij te beginnen. Het startkapitaal bedroeg 1 miljoen gulden. Toen moesten ze nog iemand vinden om het bedrijf te leiden, dat werd Albert Plesman. Hij werd later de eerste president-directeur van KLM, maar was in eerste instantie aangesteld als procuratiehouder. Dat was typisch iets van die tijd: ‘Wij zijn de baas, dus we maken hem nog geen directeur.’ De KLM-aandelen, waaronder prioriteitsaandelen, zijn lange tijd gedeeltelijk in bezit van onze familie gebleven.”

Ex-KLM-CEO Peter Hartman vertelde in Zakenreis #510 dat een groep particuliere Nederlandse investeerders in 2012 een belang van 12 procent in Air France-KLM had willen nemen. Was u daar ook bij betrokken?
“Jazeker. Ik heb daar nog uitgebreid met makelaar Cor van Zadelhoff over gesproken die eveneens deel uitmaakte van dit mogelijke Nederlandse consortium, maar ik ben vrij snel afgehaakt. Hoewel BCD Travel in Nederland marktleider is, komt slechts 5 procent van onze omzet hier vandaan. Die omzet bedroeg vorig jaar 16 miljard dollar. Wij zijn een internationaal reisbedrijf en de relatie met Delta Air Lines heeft voor ons altijd prioriteit gehad. Wij zijn hun grootste klant in Amerika. Delta heeft ons het verleden vaak geholpen en zelfs gefinancierd. Daarom wilde ik mij niet zo sterk binden aan een andere luchtvaartmaatschappij. Bovendien zaten wij op dat moment nog middenin de opbouw van ons internationale netwerk. Het was een verkeerd moment voor ons bedrijf, wij waren nog te kwetsbaar.”

U bent nóg een keer benaderd.
“Inderdaad. Dat was zeer recent, vorig jaar juni. Ik werd gebeld door een financiële partij, namens een Frans consortium. De Franse staat zou een pluk aandelen in Air France-KLM aan deze groep willen verkopen en zij wilden mij daarbij hebben. Een bekende Franse familie die in de sector van luxemerken zit, had deze bankier opdracht gegeven mij te benaderen. Zij vonden het verstandig om er een Nederlander bij te halen die de reisindustrie begrijpt en bovendien internationaal actief is. Als je kijkt naar degenen die hebben beloofd 100-200 miljoen te doneren voor de wederopbouw van de Notre-Dame, dan vind je hun naam daarbij. Ik was vereerd dat die familie mij daar als niet-Fransman bij wilde betrekken. Ik weet niet of de Franse staat het volledige belang van 14,3 procent van de hand wilde doen of slechts een deel – het ging in ieder geval om veel geld. Er zou maar een beperkt aantal partijen meedoen, vijf tot zeven investeerders meen ik. Ik begreep later dat de Franse hotelgroep Accor het initiatief had genomen om een consortium te vormen, omdat het voor hun alleen te groot was. Accor ken ik ook goed, uit de tijd dat ze nog voor 50 procent eigenaar van onze concurrent CWT waren. Gek genoeg heeft Accor mij niet benaderd, maar ik neem aan dat zij wel met deze Franse familie ruggenspraak hebben gehouden – of ik d’accord was zullen we maar zeggen.”

En, was u geïnteresseerd?
“Absoluut. Ik heb dat ook serieus besproken binnen onze familie. De situatie was totaal anders dan in 2012. BCD Travel was inmiddels heel sterk en had wereldwijde dekking. Bovendien had onze vriend Delta zelf een belang van 8,8 procent in Air France-KLM genomen, dus die zouden wij niet voor het hoofd stoten. Het consortium was ijzersterk, met financieel draagkrachtige partijen. Ik vond het ook leuk om onderdeel uit te maken van zo’n Franse combinatie en had goed het Nederlandse standpunt kunnen verdedigen. Als reisbedrijf dat veel tickets van Air France-KLM verkoopt, had ik bovendien meerdere belangen. Daarbij is bij zo’n onderhandse verkoop de prijs veel gunstiger dan wanneer je aandelen op de beurs koopt, zoals de Nederlandse staat heeft gedaan, dan betaal je de volle mep. Zij hadden strategisch gezien natuurlijk een ander belang. Ik blijf ondernemer, het moet wel een interessante investering zijn.”

Maar het is niet doorgegaan.
“Dat klopt. Het is allemaal heel snel gegaan. Voordat ik kans kreeg om ‘ja’ te zeggen, werd ik gebeld met de mededeling dat de Franse staat zich had teruggetrokken en dat de verkoop was afgeblazen. Waarschijnlijk omdat er eerst een nieuwe bestuursvoorzitter moest komen, Jean-Marc Janaillac was in mei plotseling afgetreden. Al met al is een deelname in Air France-KLM mij twee keer aan komen waaien. De eerste keer heb ik bijna direct nee gezegd, de tweede keer was ik wel serieus geïnteresseerd, maar was het al voorbij voordat ik alle details kende.”

Wat vindt u van het belang van 14 procent van de Nederlandse staat in Air France-KLM?
“Ik vond dat een heel verstandige zet. Het zou dom zijn om die aandelen weer te verkopen. Begrijp me goed: ik ben in principe juist tegen staatsdeelnames. Maar toen er begin deze eeuw sprake van was dat Schiphol naar de beurs zou gaan, heb ik mijn mening bijgesteld. Er zijn unieke bedrijven in Nederland die van zo’n grote betekenis zijn voor het land, dat het om een andere benadering vraagt. Stel je voor dat Schiphol opeens in buitenlandse handen zou komen. Dat zou waarschijnlijk invloed hebben op het netwerk vanaf Amsterdam, wat weer zijn neerslag heeft op de Nederlandse economie.”

Wat vindt u van KLM-CEO Pieter Elbers?
“Ik vind dat Elbers het meer dan uitstekend doet. En dat doet hij eigenlijk ook nog eens voor een appel en een ei, als je het vergelijkt met internationale vergoedingen voor topmanagement. In ons bedrijf zijn er mensen die meer dan hij verdienen. Zo iemand is niet alleen ’s avonds met het bedrijf bezig, maar ook in het weekend vaak weg. Dat trekt een enorme wissel op iemands privéleven, daar mag best wat tegenover staan.”

Hoe gaat het met BCD Travel?
“Uitstekend. Ik verwacht dat we ook dit jaar weer een procentuele groei van dubbele cijfers kunnen presenteren. De cashflow is gezond, de helft komt uit autonome groei en de helft door overnames. Bij acquisities zijn wij heel conservatief en we zorgen ervoor dat wij ons niet ‘overeten’. Al met al wordt onze financiële positie steeds sterker. Het helpt ook dat je bij een familiebedrijf niet de druk hebt dat je dividend moet uitkeren aan de aandeelhouder. Verder hebben wij besloten ons vizier steeds meer op niet-zakenreisactiveiten te richten.”

Niet-zakenreisactiviteiten?
“Op het gebied van zakenreizen neemt onze omzet toe en het aantal medewerkers niet, dus dat is een goede zaak. Maar de contracten worden steeds scherper en de marges dunner. Daarom gaan wij verder diversifiëren. Een sector waarin wij willen uitbreiden, is bijvoorbeeld meetings & incentives. Bedrijven als Hoffmann-La Roche en Pfizer nodigen honderden dokters uit over de hele wereld, die allemaal in hotels moeten worden ondergebracht. Voor één klant regelen we 1600 bijeenkomsten per jaar. Dat betekent dat in Houston, Los Angeles en Atlanta tegelijkertijd evenementen plaatsvinden. De filmindustrie is ook zo’n segment waar nog een goede boterham valt te verdienen. BCD Travel heeft in de Verenigde Staten veel filmsterren onder contract en dat is een krankzinnige business. Medewerkers moeten 24/7 beschikbaar zijn en kunnen ’s nachts om drie uur worden gebeld om een probleempje op te lossen, dat gebeurt ook echt. Al is het maar om ervoor te zorgen dat een bepaald drankje wordt geleverd. Wij kunnen alles leveren, maar daar hangt wel een prijskaartje aan.”

Overweegt u weleens BCD Travel te verkopen?
“Oh nee, dat is vloeken in de kerk. Af en toe duiken er geruchten op dat wij te koop zouden zijn, wellicht dat mijn leeftijd daar iets mee te maken heeft. Ik kan iedereen verzekeren dat dit niet aan de orde is. Sterker nog, het is zelfs in de familiestatuten opgenomen dat BCD Travel niet verkoopbaar is. Ik benoem het in iedere speech, soms moet je een beetje doordrammen, maar dit bedrijf bouwen we voor the next, next generation.”

Maar misschien zit the next, next generation helemaal niet te wachten om uw bedrijf voort te zetten.
“Dat is dan jammer. Ze krijgen geen keuze, ze kúnnen het niet verkopen. Datzelfde geldt voor de aandelen SHV. Mijn erfgenamen mogen wel dividend opstrijken, maar verkoop is uitgesloten. In de elf jaar dat ik bij de bank werkte, heb ik gezien hoeveel familiebedrijven werden verkocht. Wat gebeurde er? De meeste waren in één generatie al hun geld kwijt. Dan gaan er allerlei dingen gebeuren – de een wil een nog grotere boot, de ander koopt een eigen vliegtuig –, aan die verleidingen wil ik mijn kinderen niet blootstellen. Ik wil de continuïteit van het bedrijf waarborgen. Iedereen weet dit en dat geeft ook rust. Voor Travix en Park ’N Fly ligt het net anders. Bij deze bedrijven zullen we de marktontwikkelingen blijven volgen en eventueel onze keuzes daarop aanpassen.”

Waarom?
“Travix is vergeleken met Expedia en Ctrip een kleine speler en is afhankelijk van technologie die heel snel verandert. Bij Park ’N Fly zijn er ook ontwikkelingen die van invloed zijn op het bedrijf. Wat gaat de zelfrijdende auto doen? Als de wet gaat toestaan dat die auto helemaal alleen naar huis mag rijden, is er dan nog een markt voor parkeren bij luchthavens? Of zeg je gewoon go home tegen je auto? Wij denken dat dit scenario nog verre toekomst is, maar dat die self-driving car er binnen tien jaar er is, dat denken wij wel. Dus één keer in de drie jaar evalueren wij of het nog wel verstandig is om in deze sector actief te zijn.”

U bent in maart 80 jaar geworden, is dat groots gevierd?
“Overdag had ik een hele leuke dag, met felicitaties en bloemen, en ’s avonds was ik in het ziekenhuis. Ik heb lymfeklierkanker en daar kom je niet meer vanaf. Maar als het slapende is dan kun je daar best twee, vijf of tien jaar mee leven. Alleen als het actief wordt, dan moet je er echt even tegenaan. Dat gebeurde eind vorig jaar met als gevolg dat ik in vier maanden tijd 22 keer in het ziekenhuis ben geweest, voor korte of langere behandelingen. De behandeling is 100 procent succesvol geweest. Alleen ben je kwetsbaarder dus heb ik daarna nog een virus opgelopen, maar ook dat is weer onder de knie. Inmiddels groeit mijn haar weer aan en ik twijfel of ik het kort zal houden of toch zal laten groeien. De dames op kantoor zijn daar vooralsnog 50/50 over verdeeld.”

En uw opvolging?
“Dat heb ik vijf jaar geleden al allemaal geregeld. Het bedrijf is volwassen en in rustig vaarwater. In de buitenwereld kan van alles gebeuren, maar binnen zitten voortreffelijke mensen die het bedrijf runnen. Ik ben afgetreden als CEO toen ik 64 jaar was en in 2016 heb ik mijn voorzitterschap van de RvC overgedragen aan Cees Maas, de ex-financieel-directeur van ING. Ik zit nog wel in de board, net zoals mijn echtgenote Marine. Onze drie kinderen hebben vertegenwoordigers in de raad van commissarissen die hun familiebelangen bewaken. Verder hebben wij negen kleinkinderen, waarvan al acht in de leeftijd tussen 18 en 26 jaar. Ik kan en wil ze tot niets dwingen, maar ik hoop dat ik nog meemaak dat er eentje een serieuze functie bekleedt in het bedrijf, dat lijkt mij ontzettend leuk.”

 

Foto’s: © Nathalie Hennis

Dit is een samenvatting van het artikel ‘John Fentener van Vlissingen: Deelname in Air France-KLM is mij twee keer komen aanwaaien’, dat is verschenen in Zakenreis #512. Het hele artikel lezen? Neem een abonnement op Zakenreis Magazine. Ontvang hét vakblad voor de Nederlandse zakenreisindustrie voor maar 32 euro per jaar.

Manuschka
Door: Manuschka | manuschka[at]zakenreis.nl
Manuschka Hundepool is hoofdredacteur en uitgever van Zakenreis.

Blijf op de hoogte, abonneer u op de Zakenreis.nl nieuwsbrief!

  • This field is for validation purposes and should be left unchanged.
artikelen
Dossier KLM 100 jaar

Dossier KLM 100 jaar

07/10/2019

In de aanloop naar de honderdste verjaardag van KLM besteedde Zakenreis de afgelopen maanden in een serie bijzondere gesprekken aandacht aan de geschiedenis van onze nationale trots. In Zakenreis #514…

De nazaten van Albert Plesman

De nazaten van Albert Plesman

04/10/2019

Het ruime herenhuis van Hans Plesman in het Haagse Zeeheldenkwartier ademt luchtvaart. En KLM. Foto’s van vliegtuigen, vliegtuigmodellen, souvenirs van vele luchtreizen. Op de eerste etage is een kantoor gehuisvest…

De spagaat van de minister

De spagaat van de minister

24/09/2019

Zakenreis sprak met minister Cora van Nieuwenhuizen over tal van actuele dossiers. Zoals de vraag in welke mate Schiphol mag groeien en wanneer Lelystad Airport ‘eindelijk’ open gaat. Duurzaamheid staat…